Technologische hulpmiddelen in het voetbal: wordt de sport er wel eerlijker op?

on

Al decennialang houden de bestuurders van de internationale voetbalbonden FIFA en UEFA de invoering van technologische hulpmiddelen voor de scheidsrechter tegen. Nu is het nog zo dat na iedere cruciale arbitrale beslissing de discussie weer hoog oplaait. Bij de invoering van het gebruik van videohulpmiddelen in het betaalde voetbal zou de populairste sport in de wereld pas echt eerlijk worden. Na veel wikken en wegen zijn steeds meer voetbalbonden bereid om de nieuwe systemen te testen en gebruiken. De digitale hulpmiddelen moeten dus het aantal verkeerde beslissingen terugdringen in het voetbal. Momenteel zitten we in Nederland nog vast in de testfase en wordt het in sommige wedstrijden wel gebruikt en in andere niet. Maar wordt de competitie niet juist oneerlijker als bij sommige wedstrijden wel en bij andere wedstrijden geen video-hulpmiddel aanwezig is?

Voorlopig wordt de videoscheidsrechter in Nederland alleen ingezet in 25 wedstrijden in het KNVB-bekertoernooi en bij de play-offs. Het kan dus zijn dat in de ene wedstrijd wel een doelpunt is vastgesteld met behulp van de videoscheidsrechter, maar dat eenzelfde soort situatie in een andere wedstrijd niet waargenomen had kunnen worden door het gebrek hieraan. De nieuwe technieken zijn er om ongelijkheid door spelregeltoepassing te beperken en te zorgen voor een eerlijker verloop van de wedstrijden. Hoe de situatie nu is, ontstaat er door de wijze waarop de technieken worden ingezet een situatie waarin de spelregels in een aantal wedstrijden beter nageleefd kunnen worden dan in andere wedstrijden. De vraag is dus of het wel fair is om bij slechts een paar voetbalwedstrijden in het jaar de geavanceerde technologie in te zetten om de scheidsrechter te ondersteunen met het nemen van (moeilijke) beslissingen.

Bij het EK van vorige zomer was de doellijntechnologie aanwezig in alle tien de voetbalstadions waarin gespeeld werd. In Nederland kan er dit seizoen alleen in het bekerfinale gebruik worden gemaakt van de doellijntechnologie. Het Hawkeye-systeem van de doellijntechnologie zat de afgelopen jaren nog in de testfase. Voorgaande vier seizoenen zat het systeem in de eerste helft van het seizoen in de Amsterdam Arena van Ajax en voor de tweede helft van het seizoen werd deze verplaatst naar de Kuip. PSV, de grootste concurrent in de titelstrijd, kon al deze seizoenen helemaal geen gebruik maken van dit voordeel.

De titelkandidaten zijn vaak de betere en als aanvallend team hebben ze waarschijnlijk het meeste voordeel van betere arbitrage en doellijntechnologie: ze schieten vaker op doel en krijgen vaker overtredingen tegen. Deze overtredingen zullen ook vaker in de buurt zijn van het doel van de tegenstander en daar dus gevaarlijke vrije trappen of zelfs strafschoppen op kunnen leveren. Als de scheidsrechter iets over het hoofd ziet, is dit voor deze ploegen over het algemeen vaker een nadeel dan een voordeel. De videoscheidsrechter en de doellijntechnologie leveren zo mogelijk een thuisvoordeel op voor de betere teams in de competitie. Eerlijke arbitrage kan dus oneerlijk uitpakken.

Echter maakt het beperkt opnieuw beoordelen van cruciale momenten het spel eerlijker. Een scherpere waarneming door betere arbitrage, méér arbitrage of de hulp van technologie, zorgt ervoor dat toeval een kleinere rol speelt. Scheidsrechters zijn ook maar mensen en mensen maken nu eenmaal fouten. De arbitrage in Nederland zal het structurele gebruik van technologische hulpmiddelen alleen maar toejuichen. Het zorgt voor minder frustratie tijdens wedstrijden en minder gezeur achteraf. De middelen zijn er, nu moet er nog echt gebruik van gemaakt worden. Als het aan oud-voetballer Marco van Basten ligt wordt de videoscheidsrechter al op het WK 2018 gebruikt. Van Basten is nu bijna een jaar actief binnen de voetbalbond FIFA als ‘Chief Officer for Technical Development’ en streeft er samen met de FIFA naar om het systeem volgend jaar voor het eerst op een groot internationaal toernooi in te zetten.

Toch is het niet zo eenvoudig om binnen een korte tijd overal gebruik te maken van een videoscheids of doellijntechnologie. Eerst waren de bonden zo conservatief dat het niet eens besproken werd maar tegenwoordig gaat het heel snel en wordt het steeds meer gebruikt. Het is alleen niet zo dat het binnen twee jaar overal en altijd wordt ingezet. De technologische hulpmiddelen kosten namelijk een aanzienlijk bedrag per keer en dat geld is er lang niet overal. Volgens de KNVB is het voorlopig niet mogelijk om bij elke wedstrijd met de doellijntechnologie in te zetten. De kosten daarvoor zouden namelijk zeker 5 miljoen zijn. Er zou dan in elk stadion een Hawk-Eye moet komen. Per stadion kost dat 300.000 euro. Daarnaast moet er nog rond de 50.000 euro per jaar worden betaald aan het bedrijf voor onderhoud.

Door de prijzen en de involledigheid van de doellijntechnologie worden de pijlen vanaf dit seizoen grotendeels gericht op de videoscheidsrechter. Zo is vanaf volgend seizoen de videoscheidsrechter aanwezig bij alle Eredivisiewedstrijden. Nu wordt de videoscheidsrechter alleen nog gebruikt in de bekerwedstrijden (vanaf de kwartfinales) en play-offs voor Europees voetbal en promotie/degradatie.

Bron foto:
ANP

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s